|

Fragment uit Zeewater is zout, zeggen ze
Mijnheer Schollaert rookt een sigaret, zijn transistorradio
staat aan: ‘mijn portatiefke’, zegt hij. Beige met een wijnrode
band. De muziekdeuntjes schallen vrolijk door de lege klas.
‘Rosa, haal eerst de rekenschriften op’, zegt mijnheer Schollaert.
Ik reik hem de stapel schriften aan. Gaat hij de oefeningen nakijken.
Hij schrijft altijd een opmerking onder aan het blad. Naargelang
puik, knoeiwerk of iets tussenin. Hij noteert de punten in zijn
puntenlijst. Mama vindt hem als twee druppels water op Tony Curtis
lijken.
‘Ruim wat op, Rosa, en leg de mappen op een nette stapel.’
‘Het bord vegen, mijnheer?’
‘Ja, doe dat.’
Eerst met een kletsnatte spons. De druppels lopen in de mouw van
mijn trui. Natte wol voelt vervelend aan. Met de uitgewrongen spons
over het bord en dan met de bordvod. Geen nevel van krijtvegen achterlaten,
zorgvuldig te werk gaan.
‘Mijnheer?’
‘Ja, Rosa.’
‘Mijnheer, zou dat nu echt waar zijn, mijn vader zegt dat ze in
Amerika volhouden dat de aarde plat is.’
Fragment uit Spinnenverdriet
‘Moppy, waar blijft mijn Guinness?’
klonk het kortaangebonden.
Nelly keek op en zag Alex, gebogen over de houten trapleuning.
Zijn blik omlaag, de hare naar boven, haar hoofd in haar nek. Ergens
halverwege het trappenhuis moesten hun blikken elkaar raken. ‘Moppy,
waar blijft mijn Guinness?’
Die idiote, bevelende vraag stak haar als de punt van een glassplinter.
Terwijl ze hem aanstaarde welde ineens het sterke en heldere besef
op hoe groot haar afkeer voor hem was. Ze duizelde even, haar oren
suisden, en of ze een snelkookpan in zich had begon haar bloed van
woede te koken. Ze zou hem om het even wat naar het hoofd hebben
geslingerd. Ze keek naar de muts, waarmee ze in haar hand stond.
Rustig, rustig, denk aan het beginnende leven in je lijf, riep ze
zichzelf in stilte tot de orde. Ze ademde een paar keer diep in
en uit.
‘Ik breng je je Guinness’, zei ze koel en verbeten.
‘Minstens een kwartier te laat’, zei Alex.
|